Zomer aan Columbia University – Caitlin’s belevenissen in (New) York

CaitlinVanRooij

Na 2 jaar studeren aan de University of York kwam in de zomer van 2015 een andere droom in vervulling: zes weken lang studeren in New York aan een Ivy League universiteit. Studeren in Amerika is een wereld van verschil met studeren in Engeland. Na mijn tijd in York was ik inmiddels wel gewend aan de Engelse taal en aan het leven in een ander land. Toch is Engeland qua onderwijs niet heel verschillend van Nederland: de meeste colleges vinden plaats in grote groepen (rond de 200 studenten), in werkcolleges zijn er vaak akward stiltes omdat niemand de nerd van de groep wil zijn, en je cijfers zijn gebaseerd op examens, essays en practicums.

Aanmelden voor Summer School in Amerika

Het is vrij makkelijk om je aan te melden voor een Summer School van een Amerikaanse universiteit. Veel Amerikaanse universiteiten hebben aparte websites voor hun Summer Schools, inclusief alle informatie die je nodig hebt om je aan te melden. Er zijn enorm veel vakken om uit te kiezen. Zelf wil ik me graag gaan verdiepen in neuroeconomie en affectieve neurowetenschappen. In Engeland krijg je hier vrij weinig over. Daarom leek de Summer School van de Columbia University een goede keuze, omdat ze hier de vakken ‘Thinking and Decision Making’ en ‘Self Regulation’ aanboden. Toen ik mij aanmeldde voor de Columbia University Summer School was het een kwestie van een aantal vragen invullen, zoals waarom ik er graag aan zou deelnemen, en het uploaden van transcripten. Referenties en lange motivatiebrieven waren gelukkig niet nodig. Mocht je interesse hebben in het deelnemen aan een Summer School is het een idee om je aan te melden voor de nieuwsbrief, hierdoor kon ik onder het vrij hoge aanmeldingsbedrag uitkomen. Dat scheelt weer, want je moet dit normaal gesproken betalen ongeacht of je aangenomen wordt of niet. Binnen een paar weken kreeg ik te horen dat ik mocht komen. In Engeland stond ik gemiddeld 65% op dat moment, wat in Nederlandse cijfers volgens Nuffic een cijfer tussen de 7 en 8 is. Je hoeft dus niet bijzonder hoge cijfers te hebben om een paar weken mee te draaien in een topuniversiteit. Het enige wat wel wat tijd in beslag neemt is het krijgen van het visum. Hier moet je op tijd mee beginnen, voor het geval er lange wachttijden zijn.

De lessen

In York zijn de lessen vrij onpersoonlijk. Met de docenten die de verschillende modules ontwerpen en de colleges geven heb je nauwelijks contact. Dat kan ook bijna niet anders, want er zitten meer dan 200 studenten in een college. Alleen de paar studenten die graag vooraan zitten en nogal van slijmen houden praten met ze. In de werkcolleges heb je iets meer contact met de PhD-studenten die deze lessen geven, maar dit beperkt zich tot de lesstof.

In Amerika bleek dit totaal anders te zijn. De groep voor de “Thinking and Decision Making” module bestond uit ongeveer 30 studenten en de groep voor de “Self Regulation” module uit ongeveer 10 studenten. Anders dan in Engeland waren dit niet allemaal undergraduate psychologie studenten, maar een mix van studenten van verschillende niveaus en verschillende richtingen. De meeste studenten waren fulltime Columbia studenten, er waren dus geen speciale lessen voor Summer School studenten. Het enige verschil tussen de Summer School modules en de normale modules was dat ze in de andere termijnen deze modules in 12 weken gaven in plaats van in 6 weken.

Ook het contact met de docent was heel anders. Voor de les begon en in de pauzes toonden ze interesse in de studenten. Zeker in de “Self Regulation” module was er veel persoonlijke aandacht. Er waren één-op-één sessies voor de presentatie die we moesten geven en aan het eind van de module om te bespreken hoe we het hadden gedaan.

Tijdens de lessen deden bijna alle studenten actief mee met de les. Er werden vragen gesteld, discussies gevoerd en kritiek gegeven. Daarbij was het goed te merken dat iedereen zich echt voorbereidde op de les en alles had gelezen. Dit was de eerste week nogal wennen, want in Engeland is het, in ieder geval bij psychologie, niet echt “cool” om te praten. Het meedoen met de lessen maakte het wel leuker en minder saai, en zorgde ervoor dat het allemaal wat beter bleef hangen.

De Amerikaanse lesmethode is niet alleen rozengeur en maneschijn. Je moet ook véél harder werken dan in Engeland. Voor elke les moet er online een opdracht worden gedaan, om te laten zien dat je alles gelezen hebt wat er gelezen moest worden. Voor deze opdracht kreeg je ook nog eens een cijfer. Het was nogal een uitdaging om zo veel te lezen elke week. In Engeland zit er tussen de eerste les en het examen veertien tot achttien weken. In deze tijd wordt er nooit een vraag gesteld over de lesstof. Voor mij betekent dat dat ik het meeste leeswerk uitstel tot de vakantie voor het examen. Naast de opdrachten voor elke les (elke module had per week twee lessen van drie uur), was er voor de “Thinking and Decision Making” module ook nog een mini-examen aan het einde van elke les, plus een groter examen in week 3 en week 6. Voor de “Self Regulation” module waren er gelukkig geen mini examens, maar wel een zeer lang essay, twee presentaties en een eind examen. De opdrachten, examens, essays en presentaties worden wel minder strikt beoordeeld dan in Engeland. Daar zijn er hele pagina’s met richtlijnen en procedures om te zorgen dat alles eerlijk wordt beoordeeld. Zo zetten we daar nooit een naam op een examen of een verslag, en wordt alles door twee mensen nagekeken om een vooroordeel te voorkomen. In Amerika wordt alles alleen door de instructeur beoordeeld, en niet volgens vooraf gespecificeerde richtlijnen. Een beetje aardig, leuk en gemotiveerd overkomen heeft hier dus wel zijn voordelen.

Na de eerste week begon ik het spelletje een beetje door te krijgen, en ondanks dat m’n tenen soms kromden van mezelf, heb ik lekker mee gedaan aan de poppenkast. Zo kwam ik er al snel achter dat je beter geen kritiek kan geven op een onderzoek dat van de eigen universiteit kwam, deze kritiek werd afgedaan als “als dat zo zou zijn geweest, dan hadden wij dat wel gedaan”. Kritiek op onderzoeken van anderen werd wel gewaardeerd. Hiervan heb ik nog het meeste geleerd in deze periode. In Engeland wordt er vaak geroepen “je moet kritisch analyseren”, maar nooit verteld wat dit inhoudt of hoe we onze kritische analyse moeten verbeteren. In Amerika was dit anders, wanneer er gevraagd wordt om een kritiek en een antwoord als “er was geen goede balans tussen mannelijke en vrouwelijke participanten” werd gegeven, dan kwam hierop meteen de vraag “hoe zou dit de resultaten dan beïnvloeden”. Sinds deze Summer School heb ik in Engeland alleen nog maar positieve in plaats van negatieve kritiek gehad op m’n kritische analyses in essays.

Al met al heb ik zeer veel geleerd van de lessen tijdens de Summer School. De vakken waren veel meer gefocust dan in Engeland, wat er voor zorgde dat ik nu veel meer weet over de onderwerpen waar ik me in de toekomst op wil focussen. Ondanks dat ik nog nooit zo veel stress heb gehad door de enorme werkdruk, heb ik wel een aantal nieuwe strategieën kunnen toepassen om veel meer te doen in een week. Dat heeft me later in Engeland zeker geholpen om net iets gemotiveerder te zijn en iets meer te doen. Nu denk ik wel dat wanneer je drie of vier jaar lang op deze Amerikaanse manier zou werken met de talloze deadlines, je een stuk minder zelfstandig bent. In Engeland houden ze net wat minder je handje vast dan in Amerika, en dat heeft natuurlijk ook zo zijn voordelen. Het grootste voordeel van de lessen was het oefenen met het bespreken van onderzoeken en het geven van de presentaties. Dit gebeurde op een relaxte manier, en door de kleinere groepen was er tijd om feedback op jou ideeën en presentaties te krijgen van zowel de andere studenten als van de docent. Na een tijd studeren op dezelfde plek, zelfs als dit niet Nederland is, raak je toch wat vastgeroest in de patronen van de plaats waar je studeert. Een Summer School in een land waar het hele onderwijssysteem anders is was voor mij een goede manier om nieuwe dingen te leren, en dingen die ik al wist op een andere manier te bekijken. Een aanrader voor iedereen dus!

Leven in New York

Zo goed als de lessen zijn, zo vreselijk is het om in een studentenhuis in New York te wonen. Het eerste jaar in York woonde ik ook in een studentenhuis van de universiteit. Dit was een nieuw gebouw waarbij ik m’n eigen badkamer had, en een grote keuken met twee fornuizen en vier koelkasten die gedeeld werd door twaalf studenten. In New York zijn de standaarden net even wat minder. Ook hier had ik een kamer geboekt in een studentenhuis van de universiteit, nog geen vijf minuten van het lesgebouw. Hier werd een badkamer, met twee wc’s en twee douches, gedeeld met twaalf andere meisjes. Van maandag tot vrijdag werden deze elke dag schoon gemaakt, maar in de weekend niet. Dat is geen pretje. Ook de kamer was niet geweldig. Het was erg vies en op een nacht werd ik wakker gemaakt door het geluid van een kakkerlak die groter was dan m’n duim. Nog nooit zo bang geweest… Gelukkig was ik bewapend met een Swiffer en kreeg ik het beest na een half uur uit de kamer. Een andere rariteit was dat er geen koelkasten waren. Wanneer je er een jaar woont koopt iedereen blijkbaar zijn eigen koelkast. Voor zes weken is dit natuurlijk een duur grapje, wat betekende dat ik ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds op jacht moest naar wat te eten. Gelukkig zijn er talloze restaurants en supermarkten in New York, dus dit was geen groot probleem, maar echt handig was het ook niet.

Elke week probeerde ik een toeristische dag in te plannen, om de vele parken en musea van New York te bezoeken. Dit zorgde natuurlijk voor net iets meer werkdruk omdat ik een dag minder had om alle opdrachten te doen, maar de kans is klein dat ik nog een keer voor zo’n lange tijd in New York bent, dus zonde om dat te laten schieten. Een hoop dingen heb ik samen gedaan met andere Europese Summer School studenten. Ondanks dat we allemaal van andere landen kwamen heb je toch iets met elkaar gemeen: je bent geen Amerikaan. Dat schept meteen een band. Ook is het leuk om te vergelijken wat de overeenkomsten en verschillen zijn tussen de universiteiten van de verschillende landen. Meteen weer wat ideeën voor het volgende studie-avontuur!

Ik kan het iedereen aanraden om een zomer naar een universiteit te gaan die compleet anders is dan je eigen universiteit. Het nadeel van Amerika is dat het zeer duur is, voor zes weken heb ik bijna het dubbele moeten betalen dan wat ik voor éé jaar in Engeland betaal, en dat is al veel duurder dan studeren in Nederland. Daarom zou ik proberen om, als je graag naar Amerika wil, óf te zoeken naar een uitwisseling van de universiteit waar je nu op zit, óf voor een hele goede naam te gaan, zodat je in ieder geval iets moois op je cv kan zetten. Mocht je plannen hebben om je later voor een master of PhD op een Amerikaanse universiteit aan te melden, kan een paar weken summer school op die universiteit ook helpen, zeker wanneer je goed je best doet. Voor de echte buitenland-experience, inclusief de voordelen van het spreken van een andere taal en het zelfstandig worden, is zes weken waarschijnlijk wat te kort. Het is wel een goede manier om andere studieskills te verbeteren en inhoudelijke kennis op te doen waar ze bij de universiteit waar je nu op zit minder aandacht aan besteden.

Zoals zo velen heb ik ook ooit de keuze moeten maken tussen studeren in Engeland of in Amerika. Na mijn Amerika-ervaring ben ik nog steeds blij dat ik voor Engeland heb gekozen. Het is dichterbij, het is goedkoper, de mensen zijn vriendelijker, en het is wat relaxter, ondanks dat er veel meer regels en protocollen zijn. Engeland lijkt veel meer op Nederland dan Amerika, en wanneer je ergens een paar jaar gaat wonen kan dit best fijn zijn. Aan de andere kant denk ik dat je je na een bachelor in Amerika wel breder ontwikkeld hebt, beter kan communiceren en veel meer algemene skills hebt opgedaan dan na een Bachelor in Engeland.

Volgende keer meer over mijn laatste jaar in York!