Oproep: ervaringen gevraagd!

NWS wil zich inzetten voor de terugkeer van een beurs voor Nederlanders die in het buitenland willen studeren. Sinds de Huygensbeurzen zijn afgeschaft is een cruciale ondersteuning voor buitenlandstudenten verdwenen. Er hebben ons verhalen bereikt van Nederlandse studenten die op buitenlandse universiteiten een toelating hadden, maar die dit vanwege financiële barrières niet konden verwezenlijken. NWS vindt dit eeuwig zonde en zet zich in om hier wat aan te veranderen!

Daarom zijn we op zoek naar ervaringsverhalen. Heb jij een buitenlandstudie moeten afslaan vanwege financiële problemen? Of ken je verhalen van anderen die vanwege dit probleem niet aan hun studie konden beginnen? Deze informatie is zeer waardevol! E-mail ons op bestuur@wereldwijdestudenten.nl met deze ervaringen. Ieder voorbeeld versterkt de argumentatie om een dergelijke beurs te heroverwegen!

Sociaal leenstelsel krijgt vorm

Halverwege januari is er een brief uitgegaan van minister  Bussemaker (OCW) waarin de hoofdlijnen van het akkoord zijn omschreven waar de ministerraad mee heeft ingestemd. Volgens de minister zal zowel de basisbeurs als de OV-studentenkaart komen te vervallen. Met het vervallen van de basisbeurs vervalt helaas ook de meeneembare studiefinanciering. Dit is geen goed nieuws voor de (aankomende) student die zich buiten Nederland wenst te ontplooien en is bovendien in strijd met het beleid van de minister ter bevordering van internationalisering in het Hoger Onderwijs. Er wordt op dit moment onderhandeld over de voorwaarden van het sociaal leenstelsel, waaronder bijvoorbeeld over het ontzien van de aanvullende beurs. NWS monitort dit proces met grote interesse, en probeert actief mee te denken waar dat kan. Wil jij ook pleiten voor een gedegen oplossing voor studie in het buitenland? Mail dan naar belangenbehartiging@wereldwijdestudenten.nl.

NWS-dag als vanouds een succes

Op 20 december jongstleden, inmiddels alweer in het vorige jaar, vond in Den Haag een van de hoogtepunten van het NWS-jaar plaats: de NWS-dag. Ook dit jaar was de capaciteit maximaal gevuld op het Ministerie van OC&W, waar de Nederlandse buitenlandstudeerders, hoog uittorenend boven een druilerig Haags stadsgezicht, elkaar ontmoetten. Sommigen waren voor de eerste maal van de partij, voor anderen was het een reünie. Het programma volgde het vaste patroon van een combinatie van interessante sprekers, uitdagende workshops en ontmoetingen met het bedrijfsleven en elkaar. Nadat voorzitter Ivar van Hasselt en een van de Directeuren-Generaal de dag geopend hadden, sprak Rein Willems, oud-directeur van Shell Nederland, de keynote speech uit. In een met geroutineerde penseelstroken geschetst verhaal kregen we een indruk van de imposante staat van dienst van een zeer internationaal georiënteerde Nederlander. Verscheidene anekdotes over de realiteit van het grote internationale werk van Shell passeerden de revue, die afwisselend een amusant en een ontnuchterend beeld opriepen. Ook het inhoudelijke thema van de dag, de Europese financiële en schuldencrisis, werd door Rein Willems geïntroduceerd.

Na deze introductie splitste de groep zich op om drie verschillende workshops te volgen. TomTom daagde de deelnemers uit met een business case, het bureau Werken bij de EU gaf grondige informatie over de sollicitatieprocedures van de Europese instituties, en de Alex Beleggingsbank verzorgde een populaire workshop waar de aanwezigen werd bijgebracht hoe zelf verstandig te beleggen.

Wat korte adempauze volgde tijdens de aansluitende lunch, waarna ’s middags nog een tweede ronde workshops zijn aanvang nam. Ook ditmaal was de variatie groot: OC&C Strategy Consultants, Unicef en het Rijkstraineeship zorgden voor een breed spectrum, waarbinnen deelnemers de mogelijkheid hadden verschillende carrièrepaden uit te lichten. Ten slotte volgde aan het einde van de middag nog een levendig symposium over de Eurocrisis en de uitdagingen waar het Europese continent nu voor staat, waarin Joris Voorhoeve, Peter Verhaar en Hans Borstlap een groot aantal actuele problemen analyseerden en over oplossingen en vergezichten konden filosoferen. De concentratie van de zaal was gedurende de dag al danig op de proef gesteld, maar hiervan was tijdens dit symposium niets te merken! Een tikkeltje verlaat konden sprekers, workshopgevers en deelnemers ten langen leste tevreden het glas heffen op een intensieve maar succesvolle dag, die door een grote groep nog werd verlengd met een borrel en diner in centraal Den Haag.

NWS-panel over de stelling: ‘Bezuinigen op onderwijs is in crisistijd gepast’

Iedere nieuwsbrief spreken NWS-leden zich uit over een stelling of vraagstuk aangaande internationalisering of het hoger onderwijs dat op dat moment in de actualiteit is. Deze keer het vraagstuk of bezuinigen op hoger onderwijs in tijden van crisis gepast is.

Christopher Schrader, student uit Harvard:

Het budget voor onderwijs verkleinen kan misschien nodig zijn, maar, net zoals je zou kunnen zeggen dat meer geld stoppen in het onderwijssysteem het niet per se beter maakt, zorgt geld wegnemen er ook niet gelijk voor dat het Nederlandse systeem slechter wordt. Als het aankomt op de regering die wil bezuinigen zijn kwesties zelden alleen fiscaal. Vaak zijn ze emotioneel geladen en niet te voorzien van een prijskaartje, bijvoorbeeld: onze waarde als land, onze overeenstemming als volk om mensen in nood te helpen en om, met behulp van onderwijs, bij de jeugd te laten doordringen wat wij als Nederlanders als normen en waarden beschouwen.

Het is duidelijk dat wij niet kunnen doorgaan met de manier van spenderen zoals wij dat tot nu toe al die tijd gedaan hebben. De welvarende afgelopen 30 jaar heeft een vals gevoel van veiligheid gegeven aan de westerse landen – en dit zou kunnen veranderen, beginnend met het geleidelijke afnemen van het aantal regeringsministeries. Desalniettemin, bezuinigingen op alle afdelingen, inclusief onderwijs, moeten niet worden gezien als het einde van de wereld. Als we daarin tot overeenstemming komen kunnen we deze bezuinigingen zien als een kans voor re-evaluatie en een herbeoordeling van onze prioriteiten. Met minder geld te spenderen, kunnen we ook onszelf opnieuw verbinden met het welbekende Nederlandse pragmatisme en zuinigheid, wat niet alleen een sterkere educatie oplevert, maar ook een land met meer economische stabiliteit dat sterker de 21e eeuw in gaat.

Student uit Genève:

Het zou rampzalig zijn om het kwalitatief goede Nederlandse onderwijssysteem in tijden van economische achteruitgang te ondermijnen met bezuinigingen. Het is duidelijk dat hoogwaardig hoger onderwijs de belangrijkste motor is van groei voor de Nederlandse economie. Hierin snijden is juist in tijden van crisis een buitengewoon slecht idee, omdat het – meer dan bezuinigingen in andere sectoren – economisch herstel door groei fundamenteel raakt en hindert.

Het is misschien niet direct aantoonbaar dat bepaalde specifieke bezuinigingen meteen tot een verslechtering van het onderwijs zullen leiden, en het is best mogelijk dat het inkrimpen van sommige kostenposten de totale efficiëntie van het systeem verbetert. Niettemin is het niet meer dan een logische observatie dat meer geld in principe meer mogelijkheden voor goed onderwijs betekent: er kunnen betere faciliteiten worden bekostigd en betere wetenschappers worden aangetrokken. De wereldwijd geobserveerde correlatie tussen wereldwijde toponderwijsinstellingen en de (ruime) beschikbaarheid van geld is hiervan zeer duidelijk bewijs. Bovendien trekt hoge onderwijskwaliteit, als die eenmaal bereikt is, zelf ook vervolgens weer meer geld aan, door sponsoring van het bedrijfsleven en royale alumni.

Naast dit economische argument heeft hoogstaand hoger onderwijs ook grote intrinsieke waarde. Zonder onderwijs zou de moderne samenleving niet eens kunnen bestaan, en aantasting ervan is een belangrijk teken dat het beschavingspeil van een samenleving omlaag gaat. Om deze twee redenen is bezuinigen op onderwijs juist in crisistijd ongepast.

Wil jij meepraten over internationalisering van het Nederlandse Hoger Onderwijs?  Vind je dat studie in het buitenland toegankelijk moet zijn voor een selecte groep mensen of juist elke Nederlandse student?  Denk nu mee aan de hand van specifieke vraagstukken en beslis mee op basis van jouw ervaringen en kennis. Gemiddeld zul je elke maand een of meerdere stellingen of vragen voorgelegd krijgen. De bevindingen worden elke keer gecommuniceerd naar Den Haag aan relevante partijen. Lijkt je het leuk om constructief mee te denken, geef je op via belangenbehartiging@wereldwijdestudenten.nl.

Andrea in Berlijn

Iedere nieuwsbrief schrijft een lid van NWS over zijn of haar buitenlandervaring. Andrea Voets (23) volgt de Master Harp aan de Hochschule für Musik “Hanns Eisler” in Berlijn. Zie ook haar website, www.andreavoets.com.

 Hoofdsteden lijken net aparte republieken binnen de staat. Amsterdam is een eiland binnen Nederland, Brussel heeft zelfs zijn eigen regering en ministers en Berlijn lijkt in niets op andere steden die ik al in Duitsland heb gezien. Met de trein door Duitsland trekken maakt me niet altijd even vrolijk. Bij elk station valt het enorme gebrek aan fantasie me op, alsof de steden enkel gebouwd zijn om de meest basale dagplanning van de mens mogelijk te maken: eten, slapen, werken en je verplaatsen. Berlijn heeft daar ook iets van weg, maar er zijn ook mooie gebouwen, brede avenues en gigantische monumenten te vinden, van een grootsheid en een formaat dat ik zowel imposant als angstwekkend vind. Berlijn is geen mooie stad in de klassieke zin van het woord. Ik vind het eerder een ruige, fascinerende en dramatische stad. Je voelt op elke straathoek dat er nog maar zo kort geleden zoveel is gebeurd. Veel mensen die ik ontmoet, zijn onder het communisme opgegroeid en overal vind je herinneringen aan de oorlog, zoals het Joods Historisch Museum, het Holocaustmonument en de Gedachteniskirche. In mijn ogen drukken ze, geheel terecht, een donker stempel op het stadsbeeld. Ik kan ze nog niet nonchalant voorbij fietsen, maar de Berlijners lijken er een stuk relaxter mee om te gaan.

Dan heb je nog die kleine bubbel binnen de stad: de wereld van het conservatorium, de musici, orkesten en artiesten. Een levenssfeer waarin aan de vreemdste zaken het allergrootste belang wordt toegekend, zoals de dikte van de eeltlaag op je vingers, het soort rubber van je schoenzolen, de stressbezwerende werking van bananen, enzovoort. Een wereld, bevolkt door een speciaal soort mensen: klassieke musici. Ze zijn goed in navelstaren, het zijn vaak doorgedraaide perfectionisten met heremietachtige trekjes, maar ook sociale dieren met een sterk wij-gevoel dat tegelijkertijd ook vergiftigd is: iedereen blijft immers elkaars concurrent. Het is een bubbel waarin ik mij thuis voel omdat bijna iedereen gedreven en gemotiveerd is en we elkaar vaak makkelijk begrijpen, omdat we grote delen van ons leven op dezelfde manier hebben doorgebracht: al spelend. In deze column zal ik jullie een kijkje in deze bijzondere wereld geven.

Mijn naam is Andrea Voets. Ik ben 23 jaar en sinds oktober volg ik de master harp aan de ‘Hochschule für Musik “Hanns Eisler” bij Maria Graf, mede dankzij de steun van het Prins Bernhard Cultuurfonds. Mijn ouders zijn Nederlands, maar ik ben geboren en getogen in het mooie Vlaamse Brugge. Op mijn zeventiende verhuisde ik naar Amsterdam, volgde daar de Bachelor Harp aan het Conservatorium van Amsterdam en studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Eigenlijk denk ik dat het bijna onmogelijk is om formeel zoiets persoonlijks als muziek te studeren. Dit vak kan beter samengevat worden als een lange, persoonlijke zoektocht, waarin je jezelf al op jonge leeftijd heel erg tegenkomt. Dat werpt vragen op die sommige mensen zich pas tijdens hun midlifecrisis voor het eerst durven te stellen, wat een excellente kans tot persoonlijke ontwikkeling biedt. Of het breekt je en laat je stuurloos achter, dat kan natuurlijk ook. Na mijn bachelorexamen werd het duidelijk dat ik niet verder door kon groeien in Nederland en ging ik reizen door heel Europa, op zoek naar een nieuwe docent. Je instrumentleraar bepaalt in grote mate hoe je je verder ontwikkelt en je relatie met hem of haar is zo persoonlijk, dat het heel belangrijk maar ook erg moeilijk is een goede keuze te maken.

Uiteindelijk besloot ik om bij Maria Graf te gaan studeren. De eerste maanden les zijn me geweldig bevallen. Ik heb het gevoel dat ik na lange tijd weer echt vooruit ga en mijn inspanningen zijn vruchten afwerpen. Momenteel woon ik nog steeds in Amsterdam. In april verhuis ik naar Duitsland, maar de afgelopen twee weken was ik voor het eerst onafgebroken in Berlijn. Ik speelde in een project van het Echo-ensemble voor moderne muziek van de school met muziek van Berio, Boulez en Stravinsky. Het was een inspirerende ervaring die me veel moed en nieuwe energie heeft gegeven. Door samen spelen heb ik lieve mensen leren kennen. Alle musici waren vanaf de eerste repetitie al goed voorbereid en de dirigent was volgens mij echt een genie: hij hoorde alles wat iedereen deed, dirigeerde glashelder en was ook nog eens aangenaam in de omgang, een eigenschap die bij dirigenten lang niet altijd voor de hand ligt.

Mijn dagen waren lang: meestal was ik rond 10 uur ‘s ochtends op school en bleef daar tot 10 uur ‘s avonds. Ik had gemiddeld drie uur per dag repetitie en studeerde dan nog zes uur voor mezelf. Het is een werkdruk waar ik tijdens mijn bachelorstudie aan gewend ben geraakt, maar het is en blijft een evenwichtsoefening om je energie en concentratie goed over de dag te verdelen, zeker als je ‘s avonds nog een concert moet spelen.

Het conservatorium is anders dan dat in Amsterdam. Het grootste verschil zit hem erin dat er minder studenten worden toegelaten en er meer geld en aandacht overblijft voor de gelukkigen die het toelatingsexamen wel gehaald hebben. Ik krijg hier het gevoel dat de school wil dat jij goed terecht komt en daar ook haar best voor doet. Er zijn bijvoorbeeld een concertagentschap, een privéfonds, een beurzencoördinator, er zijn wel drie orkestmanagers en iedereen krijgt minstens anderhalf uur instrumentles per week, wat in Amsterdam slechts één uur was. Dit commitment naar de studenten toe geeft mij meer vertrouwen in een goede afloop van deze onderneming. Muziek studeren is een onzekere bezigheid: na al deze jaren twijfel ook ik er soms nog aan of ik het wel zal redden in het harde, overbevolkte culturele wereldje. Maar de keuze is eigenlijk erg simpel: ik heb de allermooiste ervaringen in mijn leven direct of indirect te danken gehad aan het feit dat ik op mijn zeventiende de keuze heb durven te maken mijn passie te volgen en voor een leven achter de harp te gaan. Ik wilde mijn leven vullen met muziek en creatieve, ondernemende projecten en zolang deze droom blijft duren, geniet ik met volle teugen.

Op dit moment zit ik in het vliegtuig terug naar Amsterdam. Ik kijk uit naar rust, vaste grond onder mijn voeten, mijn eigen plek en harp en het allermeeste naar mijn lief. Mijn hart is ondertussen verspreid geraakt over drie landen: in Vlaanderen bij mijn ouders, mijn zus en de concerten die ik zo graag daar speel. In Amsterdam bij mijn vriend, vrienden, collega’s en de stad. En nu ook een beetje in Berlijn, de plek waar ik hoopvol over mijn toekomst ben gaan dromen. Gelukkig hebben we Easyjet…

Andrea Voets studeert in Berlijn aan de Hochschule für Musik “Hanns Eisler”. In deze met geschiedenis en cultuur doordrenkte stad werkt zij verder aan haar grote passie: de muziek. Zelf een column voor Nederlandse Wereldwijde Studenten schrijven? Mail dan pr@wereldwijdestudenten.nl.  

Plafond voor aantal aanvragen meeneembare studiefinanciering

De 3-uit-6 regel, dat de student van de afgelopen 6 jaar minstens 3 jaar in Nederland woonachtig heeft moeten zijn, is komen te vervallen door het oordeel van het Europese Hof. Het is hiermee gemakkelijker geworden om meeneembare studiefinanciering aan te vragen. Dit is echter ook het geval voor bijvoorbeeld de kinderen van Spanjaarden die geruime tijd in Nederland hebben gewerkt. Om een mogelijke explosie aan aanvragen op te vangen is de kamer nu akkoord gegaan met het invoeren van een “financieel plafond“ dat een maximum stelt aan het aantal aanvragen. Voor iedereen die meeneembare studiefinanciering aanvraagt voor april van dit jaar zal er geen limiet bestaan. Daarna zal er worden gekeken of het nodig is om het plafond in te stellen. Zodra dit gebeurt volgt hier bericht.