Andrea in Berlijn

Iedere nieuwsbrief schrijft een lid van NWS over zijn of haar buitenlandervaring. Andrea Voets (23) volgt de Master Harp aan de Hochschule für Musik “Hanns Eisler” in Berlijn. Zie ook haar website, www.andreavoets.com.

 Hoofdsteden lijken net aparte republieken binnen de staat. Amsterdam is een eiland binnen Nederland, Brussel heeft zelfs zijn eigen regering en ministers en Berlijn lijkt in niets op andere steden die ik al in Duitsland heb gezien. Met de trein door Duitsland trekken maakt me niet altijd even vrolijk. Bij elk station valt het enorme gebrek aan fantasie me op, alsof de steden enkel gebouwd zijn om de meest basale dagplanning van de mens mogelijk te maken: eten, slapen, werken en je verplaatsen. Berlijn heeft daar ook iets van weg, maar er zijn ook mooie gebouwen, brede avenues en gigantische monumenten te vinden, van een grootsheid en een formaat dat ik zowel imposant als angstwekkend vind. Berlijn is geen mooie stad in de klassieke zin van het woord. Ik vind het eerder een ruige, fascinerende en dramatische stad. Je voelt op elke straathoek dat er nog maar zo kort geleden zoveel is gebeurd. Veel mensen die ik ontmoet, zijn onder het communisme opgegroeid en overal vind je herinneringen aan de oorlog, zoals het Joods Historisch Museum, het Holocaustmonument en de Gedachteniskirche. In mijn ogen drukken ze, geheel terecht, een donker stempel op het stadsbeeld. Ik kan ze nog niet nonchalant voorbij fietsen, maar de Berlijners lijken er een stuk relaxter mee om te gaan.

Dan heb je nog die kleine bubbel binnen de stad: de wereld van het conservatorium, de musici, orkesten en artiesten. Een levenssfeer waarin aan de vreemdste zaken het allergrootste belang wordt toegekend, zoals de dikte van de eeltlaag op je vingers, het soort rubber van je schoenzolen, de stressbezwerende werking van bananen, enzovoort. Een wereld, bevolkt door een speciaal soort mensen: klassieke musici. Ze zijn goed in navelstaren, het zijn vaak doorgedraaide perfectionisten met heremietachtige trekjes, maar ook sociale dieren met een sterk wij-gevoel dat tegelijkertijd ook vergiftigd is: iedereen blijft immers elkaars concurrent. Het is een bubbel waarin ik mij thuis voel omdat bijna iedereen gedreven en gemotiveerd is en we elkaar vaak makkelijk begrijpen, omdat we grote delen van ons leven op dezelfde manier hebben doorgebracht: al spelend. In deze column zal ik jullie een kijkje in deze bijzondere wereld geven.

Mijn naam is Andrea Voets. Ik ben 23 jaar en sinds oktober volg ik de master harp aan de ‘Hochschule für Musik “Hanns Eisler” bij Maria Graf, mede dankzij de steun van het Prins Bernhard Cultuurfonds. Mijn ouders zijn Nederlands, maar ik ben geboren en getogen in het mooie Vlaamse Brugge. Op mijn zeventiende verhuisde ik naar Amsterdam, volgde daar de Bachelor Harp aan het Conservatorium van Amsterdam en studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Eigenlijk denk ik dat het bijna onmogelijk is om formeel zoiets persoonlijks als muziek te studeren. Dit vak kan beter samengevat worden als een lange, persoonlijke zoektocht, waarin je jezelf al op jonge leeftijd heel erg tegenkomt. Dat werpt vragen op die sommige mensen zich pas tijdens hun midlifecrisis voor het eerst durven te stellen, wat een excellente kans tot persoonlijke ontwikkeling biedt. Of het breekt je en laat je stuurloos achter, dat kan natuurlijk ook. Na mijn bachelorexamen werd het duidelijk dat ik niet verder door kon groeien in Nederland en ging ik reizen door heel Europa, op zoek naar een nieuwe docent. Je instrumentleraar bepaalt in grote mate hoe je je verder ontwikkelt en je relatie met hem of haar is zo persoonlijk, dat het heel belangrijk maar ook erg moeilijk is een goede keuze te maken.

Uiteindelijk besloot ik om bij Maria Graf te gaan studeren. De eerste maanden les zijn me geweldig bevallen. Ik heb het gevoel dat ik na lange tijd weer echt vooruit ga en mijn inspanningen zijn vruchten afwerpen. Momenteel woon ik nog steeds in Amsterdam. In april verhuis ik naar Duitsland, maar de afgelopen twee weken was ik voor het eerst onafgebroken in Berlijn. Ik speelde in een project van het Echo-ensemble voor moderne muziek van de school met muziek van Berio, Boulez en Stravinsky. Het was een inspirerende ervaring die me veel moed en nieuwe energie heeft gegeven. Door samen spelen heb ik lieve mensen leren kennen. Alle musici waren vanaf de eerste repetitie al goed voorbereid en de dirigent was volgens mij echt een genie: hij hoorde alles wat iedereen deed, dirigeerde glashelder en was ook nog eens aangenaam in de omgang, een eigenschap die bij dirigenten lang niet altijd voor de hand ligt.

Mijn dagen waren lang: meestal was ik rond 10 uur ‘s ochtends op school en bleef daar tot 10 uur ‘s avonds. Ik had gemiddeld drie uur per dag repetitie en studeerde dan nog zes uur voor mezelf. Het is een werkdruk waar ik tijdens mijn bachelorstudie aan gewend ben geraakt, maar het is en blijft een evenwichtsoefening om je energie en concentratie goed over de dag te verdelen, zeker als je ‘s avonds nog een concert moet spelen.

Het conservatorium is anders dan dat in Amsterdam. Het grootste verschil zit hem erin dat er minder studenten worden toegelaten en er meer geld en aandacht overblijft voor de gelukkigen die het toelatingsexamen wel gehaald hebben. Ik krijg hier het gevoel dat de school wil dat jij goed terecht komt en daar ook haar best voor doet. Er zijn bijvoorbeeld een concertagentschap, een privéfonds, een beurzencoördinator, er zijn wel drie orkestmanagers en iedereen krijgt minstens anderhalf uur instrumentles per week, wat in Amsterdam slechts één uur was. Dit commitment naar de studenten toe geeft mij meer vertrouwen in een goede afloop van deze onderneming. Muziek studeren is een onzekere bezigheid: na al deze jaren twijfel ook ik er soms nog aan of ik het wel zal redden in het harde, overbevolkte culturele wereldje. Maar de keuze is eigenlijk erg simpel: ik heb de allermooiste ervaringen in mijn leven direct of indirect te danken gehad aan het feit dat ik op mijn zeventiende de keuze heb durven te maken mijn passie te volgen en voor een leven achter de harp te gaan. Ik wilde mijn leven vullen met muziek en creatieve, ondernemende projecten en zolang deze droom blijft duren, geniet ik met volle teugen.

Op dit moment zit ik in het vliegtuig terug naar Amsterdam. Ik kijk uit naar rust, vaste grond onder mijn voeten, mijn eigen plek en harp en het allermeeste naar mijn lief. Mijn hart is ondertussen verspreid geraakt over drie landen: in Vlaanderen bij mijn ouders, mijn zus en de concerten die ik zo graag daar speel. In Amsterdam bij mijn vriend, vrienden, collega’s en de stad. En nu ook een beetje in Berlijn, de plek waar ik hoopvol over mijn toekomst ben gaan dromen. Gelukkig hebben we Easyjet…

Andrea Voets studeert in Berlijn aan de Hochschule für Musik “Hanns Eisler”. In deze met geschiedenis en cultuur doordrenkte stad werkt zij verder aan haar grote passie: de muziek. Zelf een column voor Nederlandse Wereldwijde Studenten schrijven? Mail dan pr@wereldwijdestudenten.nl.  

Column september – Ich bin eine Berlinerin

Op 1 september opende Alexander Rinnooy Kan het academisch jaar voor studenten in het buitenland. Hoewel de eerste stappen naar een Europese hoger onderwijsruimte al in 1999 werden gezet, is er van eenheid nog geen sprake: mijn semester begint pas mid-oktober. Hier in Berlijn zijn studenten of nog bezig met essays voor het vorige semester of zijn gewoon vakantie aan het vieren.

Ik doe een master Contemporary European Studies van drie verschillende Europese universiteiten, waarbij ik elk semester in een andere stad studeer (Euromasters). Op 13 oktober begint mijn tweede jaar in Berlijn aan de Humboldt Universität. Het is lastig om de logica te zien, maar in Duitsland loopt het eerste semester van mid-oktober tot maart, en het tweede van april tot en met juli. De maanden daar tussenin zijn om Hausarbeiten te schrijven. Geen zomervakantie dus in Duitsland, maar slechts een paar weken vrij in september en oktober.

Het eerste jaar van mijn master heb ik deels in Engeland (Bath) en deels in Frankrijk (Parijs) gedaan. Bath was rustig en erg schoon. Het is na Londen de meest bezochte stad in Engeland vanwege de Romeinse baden en de goed bewaarde historische gebouwen. Het is klein en veilig. Je kwam altijd wel een bekende tegen als je in het centrum liep en een bijeenkomst met Nick Clegg was vrij toegankelijk. Veel studenten wonen op campus en er hangt een gemoedelijke sfeer. Lectures en seminars worden afgewisseld en de professoren zijn voor iedereen persoonlijk te spreken tijdens hun wekelijkse office hours. Bath staat bekend als sportuniversiteit en heeft dus mooie, grote sportfaciliteiten en kent tientallen verschillende (sport)clubs.

In Parijs werden clichés over bureaucratie en de afstandelijkheid van les Parisiens eigenlijk vooral bevestigd. Als je niet uitkeek struikelde je in de rijkste arrondissements over de zwervers. Daartegenover stonden alle mooie architectuur, de gratis musea, het leven in een wereldstad en natuurlijk het studeren aan een van de meest bekende universiteiten van Frankrijk (Institut d’Etudes Politiques de Paris). Om aan het IEP of ‘Sciences Po Paris’ te studeren moeten de Franse studenten een concours doen, een zware toelatingstest waarna de besten (mits ze het kunnen betalen of een beurs krijgen) aan Sciences Po mogen beginnen. Het onderwijs was erg kleinschalig en studenten waren gemotiveerd, maar eerlijk gezegd heb ik niet erg hard hoeven werken. Terwijl bachelorstudenten tot wel dertig uur per week college hebben, hadden wij er maar acht. Naast een wekelijkse fiche de lecture (samenvatting en reflectie op een artikel) moesten we vier essays schrijven en één presentatie geven. Dat was wel wat werk, maar er blijf meer dan genoeg tijd over om la vie française te ontdekken.

Berlijn is weer een geheel nieuwe ervaring. Ik woon in het zuid-oosten van de Duitse hoofdstad, in Kreuzberg. Kreuzberg is de oude arbeiderswijk die later bekend werd als immigrantenbuurt. Tegenwoordig wonen er veel studenten en is het een van de populairste uitgaansplekken. Als je langs de Spree loopt kom je al snel bij de door Rem Koolhaas ontworpen Nederlandse ambassade, het Berliner Museumsinsel en natuurlijk Unter den Linden met aan het einde de Brandenburger Tor en de Tiergarten. De bouw van de stad, de musea, de gebouwen, alles ademt geschiedenis. In Berlijn is veel ‘dubbel’. Omdat de meeste gebouwen in Oost-Berlijn waren, zoals de opera en nationale bibliotheek, heeft West-Berlijn een eigen opera en bibliotheek gebouwd. Berlijn heeft dan wel 3,5 miljoen inwoners, het is geen stad waar je je verloren voelt. Het is een prettige stad, de mensen zijn vriendelijk en de taal is voor ons Nederlanders zeer toegankelijk. Ich bin schon eine Berlinerin.

Voor de derde keer binnen een jaar ontdek ik een nieuwe stad, leef ik in een nieuwe taal en leer ik allerlei interessante mensen kennen. Ik bestudeer Europa niet alleen, ik beleef het ook! Het lijkt wel mijn derde Erasmus op rij en ik krijg er nog een diploma voor ook. Een betere studietijd kan ik me niet voorstellen!

Dorrit studeert Contemporary European Studies in Bath, Parijs en Berlijn