Column december – Eeuwige student in Oxford

“‘Scitote vos in Matriculam Universitatis hodie relatos esse, et ad observandum omnia Statuta istius Universitatis, quantum ad vos spectent, teneri.’”

Dit waren de woorden van de vice-kanselier op 16 oktober 2010, toen hij mij en mijn mede-studenten officieel inwijdde als Oxfordianen. De dames in zwarte rokken en witte bloesjes, de heren in pak en glanzend leren schoenen, ieder met de bijbehorende zwarte robe over de schouders geslagen. Vanaf dat moment is iedereen in de zaal voor eeuwig aan de Universiteit van Oxford verbonden, dus niet in de Nederlandse zin van het woord een “eeuwige student”, maar in de Oxfordiaanse zin: voor altijd toegang tot bibliotheken, colleges en lezingen. Zonder deze Matriculation ceremonie, die met haar Latijnse spreuken toch wat doet denken aan toverles op Zweinstein, mag je geen examens maken en kun je dus niet je diploma halen.

Zoals de oplettende lezer wellicht al is opgevallen is men in Oxford dol op het verzinnen van excentrieke namen voor doodgewone dingen. De zwart-wit kledij die we tijdens matriculation droegen, maar ook voor andere officiële gelegenheden wordt gebruikt, wordt subfusc genoemd. De mensen die één keer per week onze kamer komen schoonmaken heten geen schoonmakers maar scouts. Feestjes die door het college worden geregeld – en vaak een inspirerend thema hebben – zijn niet gewoon feestjes maar bops.

Welkom in Oxford! Exclusiviteit komt niet alleen voor in het vocabulaire, maar in de hele structuur van het universiteitswezen. Een voorbeeld hiervan is het unieke college systeem. Zodra je in Oxford als student wordt aangenomen bij je departement (in mijn geval Antropologie) moet je kiezen bij welk college je wil. Het college is er voor alle sociale aspecten van het studentenleven, een rol die in Nederland vaak wordt vervuld door studentenverenigingen. Zo organiseert elk college haar eigen feestjes, gala’s, dineetjes en heeft zij haar eigen eetzaal, bibliotheek, lounge, en sportverenigingen. Elk van de 38 colleges in Oxford heeft een eigen karakter; rijk, arm, groot, klein, sportief, religieus, traditioneel of vooruitstrevend.

Het college waar ik bij zit heet St Antony’s. Het ligt wat verder buiten het centrum en heeft zo’n 400 studenten. Eén van de redenen dat ik voor dit college heb gekozen is dat het alleen maar masterstudenten en geen bachelorstudenten aanneemt. Daarnaast trokken de kleinschaligheid en het nuchtere karakter van het college mij. In tegenstelling tot de grotere, rijkere, traditionelere colleges trekt St Antony’s veel internationale studenten met verschillende socio-economische achtergronden aan. Het heeft dan wel niet haar eigen boothuis, kerk of landgoed, maar wel een heel gezellige eetzaal, middeleeuwse bibliotheek en multifunctionele bar/café/feestzaal.

Waar het college staat voor het sociale leven houdt het department zich puur bezig met de academische ontwikkeling van de student. Elke department ofwel studierichting heeft zijn eigen richtlijnen, maar het komt grofweg op hetzelfde neer. Er zijn wekelijks lectures, seminars en tutorials. Lectures worden vaak en in grotere groepen gehouden en aanwezigheid is niet verplicht. Zo kan ik binnen de studierichting Antropologie dagelijks lezingen door professoren van Oxford bijwonen of naar speciale lezingen van bezoekende professoren en specialisten gaan. Seminars worden in kleine groepjes (circa 8 studenten) gegeven en worden geleid door PhD studenten – vaak is het een uitbreiding op de lezingen. Tutorials zijn wekelijkse één op één bijeenkomsten tussen leraar en leerling, waarbij de door de leerling geschreven essays uitgebreid worden besproken. Voor mij was dit een van de grootste pluspunten van het Oxford systeem: wat is er nu inspirerender dan dat waar je een week lang met bloed, zweet en tranen aan hebt gewerkt met iemand te bespreken die er alles van afweet?

Hoewel je veel tijd doorbrengt met activiteiten en mensen binnen je college en departement mag je als gematriculeerde student ook meedoen met de activiteiten van andere colleges en departementen. Toen een paar weken geleden de vicepresident van Nigeria kwam spreken bij Internationele Betrekkingen kon ik gewoon komen luisteren, hetzelfde geldt voor feestjes of gala’s die door andere colleges worden gehouden. Het befaamde Merton College gala trekt studenten van alle uithoeken maar wees niet geschokt als je zo’n 120 pond neertelt voor een kaartje! Daarnaast kun je volop profiteren van lidmaatschap bij overkoepelende organen als de 186-jarige ietwat elitaire Oxford Union. Als lid kun je lezingen bijwonen van de groten der aarde – denk aan de Dalai Lama, Koningin Elizabeth II, Arafat, Winston Churchill, en Robert Kennedy, maar ook aan een Ben Affleck of Shakira.

Oxford is klein, maar er zijn ongelovelijk veel dingen te doen. Het probleem is nooit dat je niet weet wat je moet doen maar eerder wat je prioriteit heeft. Wat mij het meest raakte tijdens de speech van de vicekanselier op die regenachtige 16 oktober was dat hij zijn ervaringen omtrent “het meeste uit Oxford halen” met ons nieuwelingen deelde. Ten eerste zei hij dat het een privilege was dat we ons hier voor minimaal een jaar in de bibliotheken mogen verstoppen, want er zal niet snel een andere periode in ons leven zijn waarin we ons puur kunnen bezighouden met intellectuele ontwikkeling en de tijd hebben om te lezen en praten over alles wat we interessant vinden. Maar dit ging gepaard met een tweede punt, namelijk dat Oxford ons niet alleen samenbrengt met de mooiste theorieën en beroemdste professoren, maar ook met een rijk sociaal leven. Even belangrijk als je tutorials en seminars is het wekelijkse biertje met je huisgenoten, de vroege uurtjes met je roeibootje op de Thames, het organiseren van activiteiten binnen de Graduate Common Room (GCR) van je college en het dagelijkse kopje koffie met je medestudenten. Het opvolgen van dit advies gaat dan ook mijn doel voor komend jaar zijn: een goede balans vinden tussen de boeken en inspirerende lezingen en de onmisbare vriendschappen en sociale activiteiten.

Naomi Becht is bezig met haar master Antropologie aan de University of Oxford