Column – Iets wórden

Een Britse krant kopte onlangs met het voorstel van een politicus om het collegegeld voor de universiteiten af te stemmen op het verwachte toekomstige salaris van studenten in de verschillende studierichtingen. ‘Ha, goed nieuws’, dacht ik, ‘want met mijn studie hier in Oxford zou ik toch wel zeker geld toe moeten krijgen’.

Ik doe namelijk een Masters in Tibetan and Himalayan Studies – en dat doet mensen net iets te vaak vragen: ‘wat word je daar dan mee?’ Tja, daar ben ik zelf ook nog niet uit. Ik ben bezwaard met een volledig onpraktische eigenschap: passie. Passie voor Tibet, het Tibetaans en het Tibetaans Boeddhisme. En wat word je daar dan mee? Gepassioneerd, dus.

Het is heus niet altijd zo dat met passie geen droog brood te verdienen is. De gedrevenheid en wat daaruit voortkwam – hoge cijfers namelijk – zorgden dat ik vorig jaar een HSP beurs kreeg om deze studie, die in Nederland niet bestaat, te doen in Oxford. Maar nu ik hier een jaar zit, heb ik me laten vertellen dat een masters diploma eigenlijk niet echt iets voorstelt. Als ik hier iets mee wil worden, zeggen de Oxfordiaanse Britten, moet ik promoveren.

Terwijl promoveren in Nederland een baan is, is een promovendus hier een student. Dus je betaalt én er wordt op je neergekeken. Aangezien de kansen voor een oio of aio-schap in Nederland in dit vakgebied miniem zijn, is een lening een verleidelijke optie om mijn passie in academische resultaten om te zetten.

Gezien het huidige economische klimaat en met het vooruitzicht dat een afgestudeerde Tibetoloog heeft, blijft de vraag of het verantwoord is om enige tienduizenden euro’s te lenen. Met andere woorden: leidt mijn passie me in het rood of naar de top? Ik ben benieuwd wat jullie daar over denken.

Berthe Jansen doet een Master of Philosophy in Tibetan and Himalayan Studies aan Oxford